De of het geurkaars?

Het juiste lidwoord is:

de geurkaars

  • Meervoud: de geurkaarsen
  • Verkleinwoord: het geurkaarsje
Betekenis kaars waarin een geurtje is verwerkt die wordt afgegeven tijdens het branden

Zo gebruik je geurkaars

Met lidwoordde geurkaars
Dit of dezedeze geurkaars
Dat of diedie geurkaars
Ons of onzeonze geurkaars
Jouwjouw geurkaars
Elk of elkeelke geurkaars
Welk of welkewelke geurkaars?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote geurkaars, de grote geurkaars
Meervoudde geurkaarsen, deze geurkaarsen

Voorbeeldzinnen met geurkaars

  • Ik kreeg van mijn moeder een geurkaars cadeau.
  • Tom houdt van geurkaarsen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).