De of het breedsprakigheid?

Het juiste lidwoord is:

de breedsprakigheid

  • Meervoud: de breedsprakigheden
Regel Woorden op -heid: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis het (te) veel woorden gebruiken bij het spreken

Zo gebruik je breedsprakigheid

Met lidwoordde breedsprakigheid
Dit of dezedeze breedsprakigheid
Dat of diedie breedsprakigheid
Ons of onzeonze breedsprakigheid
Jouwjouw breedsprakigheid
Elk of elkeelke breedsprakigheid
Welk of welkewelke breedsprakigheid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote breedsprakigheid, de grote breedsprakigheid
Meervoudde breedsprakigheden, deze breedsprakigheden

Voorbeeldzinnen met breedsprakigheid

  • Hij verliet de bombastische versmaat met zijn cesuur door de regels in een viervoetig metrum te persen, zoals men in proza met breedsprakigheid strijdt.
  • Breedsprakigheid, graag een verhaal vertellen – ook al is het voor de vijftiende keer, creativiteit en vasthoudendheid.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).