De of het coronaperiode?

Het juiste lidwoord is:

de coronaperiode

  • Meervoud: de coronaperiodes / coronaperioden
Regel Woorden op -ode: altijd de. Bekijk de regel
Betekenis tijdperk dat voor een belangrijk deel in het teken staat (stond) van het coronavirus

Zo gebruik je coronaperiode

Met lidwoordde coronaperiode
Dit of dezedeze coronaperiode
Dat of diedie coronaperiode
Ons of onzeonze coronaperiode
Jouwjouw coronaperiode
Elk of elkeelke coronaperiode
Welk of welkewelke coronaperiode?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote coronaperiode, de grote coronaperiode
Meervoudde coronaperiodes, deze coronaperiodes

Voorbeeldzinnen met coronaperiode

  • In de Troonrede vertelde de koning verder dat de regering tot eind 2023 ruim 8 miljard euro beschikbaar stelt om onderwijsachterstanden in te lopen die in de coronaperiode zijn ontstaan.
  • Haar drie studerende kinderen zijn de hele coronaperiode niet op de universiteit geweest. Een ander kind dat op het MBO zit is daar ook niet geweest, haar jongste die VWO volgt is daar soms geweest.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).