De of het brandweerpersoneel?

Het juiste lidwoord is:

het brandweerpersoneel

Betekenis de groep mensen die bij de brandweer werkt

Zo gebruik je brandweerpersoneel

Met lidwoordhet brandweerpersoneel
Dit of dezedit brandweerpersoneel
Dat of diedat brandweerpersoneel
Ons of onzeons brandweerpersoneel
Jouwjouw brandweerpersoneel
Elk of elkeelk brandweerpersoneel
Welk of welkewelk brandweerpersoneel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot brandweerpersoneel, het grote brandweerpersoneel

Voorbeeldzinnen met brandweerpersoneel

  • Hij landt even om het brandweerpersoneel de gelegenheid wil geven met de mobiel een foto's te maken.
  • De brandweer heeft te maken gehad met een aantal gevallen van agressie, bedreiging en geweld, zoals het gooien van vuurwerk naar brandweerpersoneel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).