De of het bres?

Het juiste lidwoord is:

de bres

  • Meervoud: de bressen
  • Verkleinwoord: het bresje
Betekenis opening in een vestingmuur gemaakt door geschut

Zo gebruik je bres

Met lidwoordde bres
Dit of dezedeze bres
Dat of diedie bres
Ons of onzeonze bres
Jouwjouw bres
Elk of elkeelke bres
Welk of welkewelke bres?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bres, de grote bres
Meervoudde bressen, deze bressen

Voorbeeldzinnen met bres

  • Door de bres in de stadsmuur stroomden de aanvallers Zutphen in.

Woorden die beginnen met bres

bresilienne | bresiliennetaart

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).