De of het bouwvolume?

Het juiste lidwoord is:

het bouwvolume

  • Meervoud: de bouwvolumen / bouwvolumes
Betekenis (bouwkunde, economie) totale omzet van de bouwsector

Zo gebruik je bouwvolume

Met lidwoordhet bouwvolume
Dit of dezedit bouwvolume
Dat of diedat bouwvolume
Ons of onzeons bouwvolume
Jouwjouw bouwvolume
Elk of elkeelk bouwvolume
Welk of welkewelk bouwvolume?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwvolume, het grote bouwvolume
Meervoudde bouwvolumen, deze bouwvolumen

Voorbeeldzinnen met bouwvolume

  • Het bouwvolume van woningen en kantoren was in het eerste kwartaal van dit jaar 12,5 procent hoger dan een jaar eerder.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).