De of het blauwkeel?

Het juiste lidwoord is:

de blauwkeel

  • Meervoud: de blauwkelen
  • Verkleinwoord: het blauwkeeltje
Betekenis dier met een blauwe keel

Zo gebruik je blauwkeel

Met lidwoordde blauwkeel
Dit of dezedeze blauwkeel
Dat of diedie blauwkeel
Ons of onzeonze blauwkeel
Jouwjouw blauwkeel
Elk of elkeelke blauwkeel
Welk of welkewelke blauwkeel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote blauwkeel, de grote blauwkeel
Meervoudde blauwkelen, deze blauwkelen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).