De of het bouwcomplex?

Het juiste lidwoord is:

het bouwcomplex

  • Meervoud: de bouwcomplexen
  • Verkleinwoord: het bouwcomplexje
Betekenis (bouwkunde) een groep met elkaar samenhangende bouwplaatsen

Zo gebruik je bouwcomplex

Met lidwoordhet bouwcomplex
Dit of dezedit bouwcomplex
Dat of diedat bouwcomplex
Ons of onzeons bouwcomplex
Jouwjouw bouwcomplex
Elk of elkeelk bouwcomplex
Welk of welkewelk bouwcomplex?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwcomplex, het grote bouwcomplex
Meervoudde bouwcomplexen, deze bouwcomplexen

Voorbeeldzinnen met bouwcomplex

  • ‘Indrukwekkend’, zei Van Geel over het bouwcomplex, waar 250.000 kubieke meter is gestort.
  • Gebleken zou zijn dat allerlei veiligheidsvoorschriften op het bouwcomplex van vijftig hectare niet werden nageleefd.

Woorden die eindigen op bouwcomplex

woningbouwcomplex

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).