De of het bouwbudget?

Het juiste lidwoord is:

het bouwbudget

  • Meervoud: de bouwbudgetten / bouwbudgets

Zo gebruik je bouwbudget

Met lidwoordhet bouwbudget
Dit of dezedit bouwbudget
Dat of diedat bouwbudget
Ons of onzeons bouwbudget
Jouwjouw bouwbudget
Elk of elkeelk bouwbudget
Welk of welkewelk bouwbudget?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bouwbudget, het grote bouwbudget
Meervoudde bouwbudgetten, deze bouwbudgetten

Voorbeeldzinnen met bouwbudget

  • Argumenten voor:- veel bestaande wedstrijdlocaties; relatief laag bouwbudget nodig- compacte Spelen met weinig reistijd- veel ervaring met grote evenementen- derde kandidatuur op rij
  • 'Bouwbudget scholen blijft onbenut'

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).