De of het bouwbranche?

Het juiste lidwoord is:

de bouwbranche

  • Meervoud: de bouwbranches
Betekenis (economie) alle bedrijven die betrokken zijn bij het bouwen van gebouwen en ander vastgoed

Zo gebruik je bouwbranche

Met lidwoordde bouwbranche
Dit of dezedeze bouwbranche
Dat of diedie bouwbranche
Ons of onzeonze bouwbranche
Jouwjouw bouwbranche
Elk of elkeelke bouwbranche
Welk of welkewelke bouwbranche?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwbranche, de grote bouwbranche
Meervoudde bouwbranches, deze bouwbranches

Voorbeeldzinnen met bouwbranche

  • "Grote, complexe waterschades, de invloed van covid-19 en schaarste in de bouwbranche zorgen voor een langer afhandelproces", aldus het Verbond van Verzekeraars.
  • Deze maand wees minister Ollongren een verzoek van de bouwbranche nog af om het verbod op het bouwen van woningen met een aardgasaansluiting uit te stellen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).