De of het bouwbeurs?

Het juiste lidwoord is:

de bouwbeurs

  • Meervoud: de bouwbeurzen
Betekenis vakbeurs voor de bouwnijverheid

Zo gebruik je bouwbeurs

Met lidwoordde bouwbeurs
Dit of dezedeze bouwbeurs
Dat of diedie bouwbeurs
Ons of onzeonze bouwbeurs
Jouwjouw bouwbeurs
Elk of elkeelke bouwbeurs
Welk of welkewelke bouwbeurs?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwbeurs, de grote bouwbeurs
Meervoudde bouwbeurzen, deze bouwbeurzen

Voorbeeldzinnen met bouwbeurs

  • Een melancholiek moment afgelopen week in Florida; de Space Shuttle Discovery is voor het laatst gelanceerd.Ook Spanje keek terug op een bijzonder moment in de recente geschiedenis …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).