De of het snelkoker?

Het juiste lidwoord is:

de snelkoker

  • Meervoud: de snelkokers
Betekenis 1. (huishouden) apparaat waarmee men snel iets kan laten koken, met name de elektrische waterkoker 2. (huishouden) afsluitbare pan waarmee men snel etenswaren gaar kan koken

Zo gebruik je snelkoker

Met lidwoordde snelkoker
Dit of dezedeze snelkoker
Dat of diedie snelkoker
Ons of onzeonze snelkoker
Jouwjouw snelkoker
Elk of elkeelke snelkoker
Welk of welkewelke snelkoker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote snelkoker, de grote snelkoker
Meervoudde snelkokers, deze snelkokers

Voorbeeldzinnen met snelkoker

  • ‘Best in de snelkoker, zo deed mijn grootmoeder dat’, mompelt Ravi.
  • Het is een soort snelkoker voor nieuwe mensen met als doel kennismaking met het kantoor, je collega’s, maar ook het opdoen van praktijkervaring en trainingen in presentaties en sociale vaardigheden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).