De of het bosschaatsenrijder?

Het juiste lidwoord is:

de bosschaatsenrijder

  • Meervoud: de bosschaatsenrijders
  • Verkleinwoord: het bosschaatsenrijdertje
Betekenis (halfvleugeligen) Gerris gibbifer een wants uit de familie van de Gerridae (Schaatsenrijders). De soort werd het eerst wetenschappelijk beschreven door Theodor Emil Schummel in 1832

Zo gebruik je bosschaatsenrijder

Met lidwoordde bosschaatsenrijder
Dit of dezedeze bosschaatsenrijder
Dat of diedie bosschaatsenrijder
Ons of onzeonze bosschaatsenrijder
Jouwjouw bosschaatsenrijder
Elk of elkeelke bosschaatsenrijder
Welk of welkewelke bosschaatsenrijder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bosschaatsenrijder, de grote bosschaatsenrijder
Meervoudde bosschaatsenrijders, deze bosschaatsenrijders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).