De of het bosgors?

Het juiste lidwoord is:

de bosgors

  • Meervoud: de bosgorzen
  • Verkleinwoord: het bosgorsje
Betekenis (zangvogels) Emberiza rustica een als dwaalgast in West-Europa voorkomend lid van de familie der gorzen (Emberizidae)

Zo gebruik je bosgors

Met lidwoordde bosgors
Dit of dezedeze bosgors
Dat of diedie bosgors
Ons of onzeonze bosgors
Jouwjouw bosgors
Elk of elkeelke bosgors
Welk of welkewelke bosgors?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bosgors, de grote bosgors
Meervoudde bosgorzen, deze bosgorzen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).