De of het deelsector?

Het juiste lidwoord is:

de deelsector

  • Meervoud: de deelsectoren / deelsectors
Betekenis (economie) deel van een bedrijfstak

Zo gebruik je deelsector

Met lidwoordde deelsector
Dit of dezedeze deelsector
Dat of diedie deelsector
Ons of onzeonze deelsector
Jouwjouw deelsector
Elk of elkeelke deelsector
Welk of welkewelke deelsector?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote deelsector, de grote deelsector
Meervoudde deelsectoren, deze deelsectoren

Voorbeeldzinnen met deelsector

  • ‘Deze deelsector van de horeca wordt zwaarder dan gemiddeld geraakt’, staat in een stuk van het college van burgemeester en wethouders.
  • Of en hoe ergens wordt ingegrepen, hangt af van ‘excessen en de noodzaak die tegen te gaan of te voorkomen’. Volgens het kabinet kunnen de maatregelen ook variëren per deelsector.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).