De of het bosbewoner?

Het juiste lidwoord is:

de bosbewoner

  • Meervoud: de bosbewoners
Betekenis 1. persoon die in het bos woont 2. dier dat in het bos woont

Zo gebruik je bosbewoner

Met lidwoordde bosbewoner
Dit of dezedeze bosbewoner
Dat of diedie bosbewoner
Ons of onzeonze bosbewoner
Jouwjouw bosbewoner
Elk of elkeelke bosbewoner
Welk of welkewelke bosbewoner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bosbewoner, de grote bosbewoner
Meervoudde bosbewoners, deze bosbewoners

Voorbeeldzinnen met bosbewoner

  • Bosbewoner vast om 1000 inbraken: Agenten in de Amerikaanse staat Maine hebben een man opgepakt die zich 27 jaar lang schuilhield in een bos in het stadje Rome en in leven bleef door te stelen bij …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).