De of het kakelnest?

Het juiste lidwoord is:

het kakelnest

  • Meervoud: de kakelnesten
  • Verkleinwoord: het kakelnestje
Betekenis 1. (jachttaal) jonɡste vogel uit een broedsel 2. (figuurlijk, verouderd) laatstgeboren kind in een gezin of jongste binnen een groep

Zo gebruik je kakelnest

Met lidwoordhet kakelnest
Dit of dezedit kakelnest
Dat of diedat kakelnest
Ons of onzeons kakelnest
Jouwjouw kakelnest
Elk of elkeelk kakelnest
Welk of welkewelk kakelnest?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kakelnest, het grote kakelnest
Meervoudde kakelnesten, deze kakelnesten

Voorbeeldzinnen met kakelnest

  • Als hun buikjes dik en rond stonden, vlogen zij weer vandaan. Lang duurde het niet; met elken dag bleef er een weg; het kakelnestje kwam het langste; maar, op zijn beurt, bleef het ook achterwege.
  • „Wat denkt ge wel!?" en Pauw deed een beweging met zijn schouder om den kakelnest af te weren en keerde zich weer naar de andere jongens.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).