De of het bootkoper?

Het juiste lidwoord is:

de bootkoper

  • Meervoud: de bootkopers
Betekenis iemand die een pleziervaartuig aanschaft

Zo gebruik je bootkoper

Met lidwoordde bootkoper
Dit of dezedeze bootkoper
Dat of diedie bootkoper
Ons of onzeonze bootkoper
Jouwjouw bootkoper
Elk of elkeelke bootkoper
Welk of welkewelke bootkoper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bootkoper, de grote bootkoper
Meervoudde bootkopers, deze bootkopers

Voorbeeldzinnen met bootkoper

  • Bart Kempers: "Vrijwel elke potentiële bootkoper op de steiger heeft eerst thuis achter de computer al flink wat huiswerk gedaan.”
  • Bootkopers bieden gerust vijftig procent minder dan de vraagprijs,” weet hij.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).