De of het bonthandelaar?

Het juiste lidwoord is:

de bonthandelaar

  • Meervoud: de bonthandelaars / bonthandelaren
Betekenis (beroep) iemand die behaarde dierenvellen of daaruit vervaardigde kleding doorverkoopt

Zo gebruik je bonthandelaar

Met lidwoordde bonthandelaar
Dit of dezedeze bonthandelaar
Dat of diedie bonthandelaar
Ons of onzeonze bonthandelaar
Jouwjouw bonthandelaar
Elk of elkeelke bonthandelaar
Welk of welkewelke bonthandelaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bonthandelaar, de grote bonthandelaar
Meervoudde bonthandelaars, deze bonthandelaars

Voorbeeldzinnen met bonthandelaar

  • Scherp en af en toe meesterlijk beschrijft Gallian het dolle bezoek van Morini met zijn dochter Teresa aan de bonthandelaar en de juwelier …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).