De of het busgeld?

Het juiste lidwoord is:

het busgeld

Betekenis 1. geld dat men moet betalen als men met de bus wil reizen 2. geld dat de buschauffeur ontvangt van passagiers

Zo gebruik je busgeld

Met lidwoordhet busgeld
Dit of dezedit busgeld
Dat of diedat busgeld
Ons of onzeons busgeld
Jouwjouw busgeld
Elk of elkeelk busgeld
Welk of welkewelk busgeld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot busgeld, het grote busgeld

Voorbeeldzinnen met busgeld

  • De huur van mijn huis was al 500 srd en busgeld 30.
  • Op de Middenmolenlaan liep de man naar de buschauffeur en bedreigde hem met een mes. Hij pakte het busgeld en stapte uit de bij een bushalte gestopte bus.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).