De of het boeklegger?

Het juiste lidwoord is:

de boeklegger

  • Meervoud: de boekleggers
Betekenis strook kaartkarton, leer of stof om een bladzijde in een boek mee te markeren, zonder dat die bladzijde daarvan schade oploopt

Zo gebruik je boeklegger

Met lidwoordde boeklegger
Dit of dezedeze boeklegger
Dat of diedie boeklegger
Ons of onzeonze boeklegger
Jouwjouw boeklegger
Elk of elkeelke boeklegger
Welk of welkewelke boeklegger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote boeklegger, de grote boeklegger
Meervoudde boekleggers, deze boekleggers

Voorbeeldzinnen met boeklegger

  • De boeklegger is op driekwart blijven steken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).