De of het ambtsdrager?

Het juiste lidwoord is:

de ambtsdrager

  • Meervoud: de ambtsdragers
Betekenis iemand die een belangrijk ambt vervult met name gebruikt bij kerkelijke- en overheidsfuncties

Zo gebruik je ambtsdrager

Met lidwoordde ambtsdrager
Dit of dezedeze ambtsdrager
Dat of diedie ambtsdrager
Ons of onzeonze ambtsdrager
Jouwjouw ambtsdrager
Elk of elkeelke ambtsdrager
Welk of welkewelke ambtsdrager?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote ambtsdrager, de grote ambtsdrager
Meervoudde ambtsdragers, deze ambtsdragers

Voorbeeldzinnen met ambtsdrager

  • Volgens de rechters hebben buitenlandse ambtsdragers geen recht om hun functie in Duitsland uit te oefenen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).