De of het bloemlezer?

Het juiste lidwoord is:

de bloemlezer

  • Meervoud: de bloemlezers
Betekenis (kunst) persoon die een bloemlezing maakt

Zo gebruik je bloemlezer

Met lidwoordde bloemlezer
Dit of dezedeze bloemlezer
Dat of diedie bloemlezer
Ons of onzeonze bloemlezer
Jouwjouw bloemlezer
Elk of elkeelke bloemlezer
Welk of welkewelke bloemlezer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bloemlezer, de grote bloemlezer
Meervoudde bloemlezers, deze bloemlezers

Voorbeeldzinnen met bloemlezer

  • Van lezer tot bloemlezer en herlezer Naast het Boekenweekgeschenk heeft de CNPB ook het Boekenweek CV uitgebracht, het cadeau van de openbare bibliotheken voor hun leden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).