De of het autoboer?

Het juiste lidwoord is:

de autoboer

  • Meervoud: de autoboeren
Betekenis (beroep, informeel) iemand die personenwagens verkoopt

Zo gebruik je autoboer

Met lidwoordde autoboer
Dit of dezedeze autoboer
Dat of diedie autoboer
Ons of onzeonze autoboer
Jouwjouw autoboer
Elk of elkeelke autoboer
Welk of welkewelke autoboer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote autoboer, de grote autoboer
Meervoudde autoboeren, deze autoboeren

Voorbeeldzinnen met autoboer

  • De plaatselijke autoboer, de maker van de plastic foudraaltjes voor de passe-partouts en een kleine sponsor die graag gasten in Haarlem ontmoet en niet meer dan dat.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).