De of het blauwkeeltje?

Het juiste lidwoord is:

het blauwkeeltje

  • Meervoud: de blauwkeeltjes
Regel Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje): altijd het. Bekijk de regel
Betekenis (alleen verkleinwoord, straalvinnigen) bepaald soort vis, Helicolenus dactylopterus uit de orde schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)

Zo gebruik je blauwkeeltje

Met lidwoordhet blauwkeeltje
Dit of dezedit blauwkeeltje
Dat of diedat blauwkeeltje
Ons of onzeons blauwkeeltje
Jouwjouw blauwkeeltje
Elk of elkeelk blauwkeeltje
Welk of welkewelk blauwkeeltje?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot blauwkeeltje, het grote blauwkeeltje
Meervoudde blauwkeeltjes, deze blauwkeeltjes

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).