De of het biomarker?

Het juiste lidwoord is:

de biomarker

  • Meervoud: de biomarkers
Betekenis (medisch) een meetbare indicator van een of andere biologische toestand of conditie (bv. hoeveelheid van een bepaalde stof in het bloed) aan de hand waarvan een diagnose kan worden gesteld

Zo gebruik je biomarker

Met lidwoordde biomarker
Dit of dezedeze biomarker
Dat of diedie biomarker
Ons of onzeonze biomarker
Jouwjouw biomarker
Elk of elkeelke biomarker
Welk of welkewelke biomarker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote biomarker, de grote biomarker
Meervoudde biomarkers, deze biomarkers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).