De of het bijwoning?

Het juiste lidwoord is:

de bijwoning

  • Meervoud: de bijwoningen
  • Verkleinwoord: het bijwoninkje
Regel Woorden op -ing: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. een extra woning naast de hoofdwoning 2. het aanwezig zijn bij een gebeurtenis of plechtigheid

Zo gebruik je bijwoning

Met lidwoordde bijwoning
Dit of dezedeze bijwoning
Dat of diedie bijwoning
Ons of onzeonze bijwoning
Jouwjouw bijwoning
Elk of elkeelke bijwoning
Welk of welkewelke bijwoning?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bijwoning, de grote bijwoning
Meervoudde bijwoningen, deze bijwoningen

Voorbeeldzinnen met bijwoning

  • Zorgvuldig, uitgebalanceerd handhavingsbeleid, zo duidde de gemeentewoordvoerder maandag bij de Raad van State het dwangbevel voor de tot bijwoning verbouwde schuur bij de hoofdwoning van Katgert.
  • Op die kaart stond: „Bezichtiging van den Tabernakel zonder bijwoning van den Evangeliedienst, die daarbij plaats heeft, wordt aan niemand toegestaan.” Het verhaal gaat dat toen ds.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).