De of het bibliotheekpersoneel?

Het juiste lidwoord is:

het bibliotheekpersoneel

Betekenis mensen die een (betaalde) functie hebben bij een instelling die boeken en andere media aan het publiek uitleent of ter inzage biedt

Zo gebruik je bibliotheekpersoneel

Met lidwoordhet bibliotheekpersoneel
Dit of dezedit bibliotheekpersoneel
Dat of diedat bibliotheekpersoneel
Ons of onzeons bibliotheekpersoneel
Jouwjouw bibliotheekpersoneel
Elk of elkeelk bibliotheekpersoneel
Welk of welkewelk bibliotheekpersoneel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot bibliotheekpersoneel, het grote bibliotheekpersoneel

Voorbeeldzinnen met bibliotheekpersoneel

  • Dit waren de vaste klanten van de leeszaal, die het bibliotheekpersoneel persoonlijk kenden en zich hier thuis voelden.
  • "Wij willen een veilig gebouw zijn." Het bibliotheekpersoneel is geïnstrueerd om bij het zien van de man hem meteen er uit te zetten en zo nodig de politie te bellen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).