De of het bamboespecht?

Het juiste lidwoord is:

de bamboespecht

  • Meervoud: de bamboespechten
  • Verkleinwoord: het bamboespechtje
Betekenis (spechtvogels) Gecinulus viridis een vogel uit de familie Picidae (spechten). Deze soort komt voor van Myanmar tot Maleisië en telt 2 ondersoorten

Zo gebruik je bamboespecht

Met lidwoordde bamboespecht
Dit of dezedeze bamboespecht
Dat of diedie bamboespecht
Ons of onzeonze bamboespecht
Jouwjouw bamboespecht
Elk of elkeelke bamboespecht
Welk of welkewelke bamboespecht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bamboespecht, de grote bamboespecht
Meervoudde bamboespechten, deze bamboespechten

Woorden die eindigen op bamboespecht

bleekkopbamboespecht

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).