De of het bessenplukker?

Het juiste lidwoord is:

de bessenplukker

  • Meervoud: de bessenplukkers
  • Verkleinwoord: het bessenplukkertje
Betekenis iemand die (vaak als seizoensarbeider of landarbeider) bessen of ander kleinfruit van de struiken oogst

Zo gebruik je bessenplukker

Met lidwoordde bessenplukker
Dit of dezedeze bessenplukker
Dat of diedie bessenplukker
Ons of onzeonze bessenplukker
Jouwjouw bessenplukker
Elk of elkeelke bessenplukker
Welk of welkewelke bessenplukker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bessenplukker, de grote bessenplukker
Meervoudde bessenplukkers, deze bessenplukkers

Voorbeeldzinnen met bessenplukker

  • De bessenplukkers: Het is lang geleden dat ik iemand vrolijk zag kijken.
  • De bessenplukkers: In keurige kolommen stonden het aantal kratten, het gewicht per krat en de naam van de plukker vermeld.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).