De of het beroepszanger?

Het juiste lidwoord is:

de beroepszanger

  • Meervoud: de beroepszangers
Betekenis (beroep, muziek) man of vrouw die voor de kostwinning zingt

Zo gebruik je beroepszanger

Met lidwoordde beroepszanger
Dit of dezedeze beroepszanger
Dat of diedie beroepszanger
Ons of onzeonze beroepszanger
Jouwjouw beroepszanger
Elk of elkeelke beroepszanger
Welk of welkewelke beroepszanger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beroepszanger, de grote beroepszanger
Meervoudde beroepszangers, deze beroepszangers

Voorbeeldzinnen met beroepszanger

  • Van jongs af aan heeft Frens, zo vertelt hij, altijd graag gezongen en de afgelopen twee jaar groeide dat uit tot het verlangen om naar het conservatorium te gaan en beroepszanger te worden.
  • Hij werd beroepszanger en ging klassieke talen studeren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).