De of het föhn?

Het juiste lidwoord is:

de föhn

  • Meervoud: de föhns
  • Verkleinwoord: het föhntje
Betekenis 1. een toestel dat een warme luchtstroom voortbrengt voor het drogen en opmaken van het kapsel, een haarföhn 2. (meteorologie) een warme droge wind afkomstig uit Italië die vaak aan de noordzijde van de Alpen waait

Zo gebruik je föhn

Met lidwoordde föhn
Dit of dezedeze föhn
Dat of diedie föhn
Ons of onzeonze föhn
Jouwjouw föhn
Elk of elkeelke föhn
Welk of welkewelke föhn?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote föhn, de grote föhn
Meervoudde föhns, deze föhns

Voorbeeldzinnen met föhn

  • Heb je een föhn meegenomen?
  • Kan ik uw föhn lenen?

Woorden die eindigen op föhn

haarföhn

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met föhn

föhnhouder

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).