De of het berkenhoutje?

Het juiste lidwoord is:

het berkenhoutje

  • Meervoud: de berkenhoutjes
Regel Verkleinwoorden (-je, -tje, -pje): altijd het. Bekijk de regel
Betekenis 1. (alleen verkleinwoord) stukje hout afkomstig van een berkenboom Betula gebruikt als markering 2. (alleen verkleinwoord, vlinders) benaming voor wapendrager Phalera bucephala

Zo gebruik je berkenhoutje

Met lidwoordhet berkenhoutje
Dit of dezedit berkenhoutje
Dat of diedat berkenhoutje
Ons of onzeons berkenhoutje
Jouwjouw berkenhoutje
Elk of elkeelk berkenhoutje
Welk of welkewelk berkenhoutje?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot berkenhoutje, het grote berkenhoutje
Meervoudde berkenhoutjes, deze berkenhoutjes

Voorbeeldzinnen met berkenhoutje

  • Kom op dinsdag terug, breng slechts één helper mee, neem brood en zout mee, doe nieuwe klompen aan en op deze plaats gemerkt met een berkenhoutje begint gij met een nieuwe spade te graven.
  • Om te beginnen liet ik de wants eenige dagen vasten en bracht haar toen in gezelschap met een driekwart volwassen rups van Phalera bucephala, het Berkenhoutje.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).