De of het bekerhouder?

Het juiste lidwoord is:

de bekerhouder

  • Meervoud: de bekerhouders
  • Verkleinwoord: het bekerhoudertje
Betekenis 1. (sport) club die het vorig seizoen kampioen is geworden en een beker heeft gewonnen 2. houder waarin men een beker zo stevig kan neerzetten dat deze niet omvalt

Zo gebruik je bekerhouder

Met lidwoordde bekerhouder
Dit of dezedeze bekerhouder
Dat of diedie bekerhouder
Ons of onzeonze bekerhouder
Jouwjouw bekerhouder
Elk of elkeelke bekerhouder
Welk of welkewelke bekerhouder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bekerhouder, de grote bekerhouder
Meervoudde bekerhouders, deze bekerhouders

Voorbeeldzinnen met bekerhouder

  • Zonder Haar heeft Genk in ieder geval eindelijk weer eens gewonnen. De bekerwedstrijd bij amateurclub Sint-Eloois-Winkel Sport leverde een 6-0 zege op voor de bekerhouder.
  • De bekerhouder won met 4-0 bij Arsenal.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).