De of het casuïst?

Het juiste lidwoord is:

de casuïst

  • Meervoud: de casuïsten
Betekenis iemand die zich heeft gespecialiseerd in het oplossen van morele vraagstukken

Zo gebruik je casuïst

Met lidwoordde casuïst
Dit of dezedeze casuïst
Dat of diedie casuïst
Ons of onzeonze casuïst
Jouwjouw casuïst
Elk of elkeelke casuïst
Welk of welkewelke casuïst?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote casuïst, de grote casuïst
Meervoudde casuïsten, deze casuïsten

Woorden die beginnen met casuïst

casuïstiek

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).