De of het beitel?

Het juiste lidwoord is:

de beitel

  • Meervoud: de beitels
  • Verkleinwoord: het beiteltje
Betekenis (gereedschap) een staafvormig, scherp stuk gereedschap met een punt of wigvormige snede aan de "kopse kant"

Zo gebruik je beitel

Met lidwoordde beitel
Dit of dezedeze beitel
Dat of diedie beitel
Ons of onzeonze beitel
Jouwjouw beitel
Elk of elkeelke beitel
Welk of welkewelke beitel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote beitel, de grote beitel
Meervoudde beitels, deze beitels

Voorbeeldzinnen met beitel

  • De beitel is voor hak- en snijwerk bij menig vakman in gebruik.
  • Ruim anderhalf uur na zijn vertrek kwam hij met een schroevendraaier en een beitel de hotelkamer binnen.

Woorden die eindigen op beitel

schroodbeitel | schaafbeitel | draaibeitel | houtdraaibeitel | hakbeitel | breekbeitel | steekbeitel | afsteekbeitel | holbeitel | graveerbeitel | boorbeitel | puntbeitel | houtbeitel | koubeitel

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).