De of het begintijdperk?

Het juiste lidwoord is:

het begintijdperk

  • Meervoud: de begintijdperken
  • Verkleinwoord: het begintijdperkje
Betekenis (tijdrekening) de eerste periode van een geschiedenis; de eerste periode van een ontwikkeling

Zo gebruik je begintijdperk

Met lidwoordhet begintijdperk
Dit of dezedit begintijdperk
Dat of diedat begintijdperk
Ons of onzeons begintijdperk
Jouwjouw begintijdperk
Elk of elkeelk begintijdperk
Welk of welkewelk begintijdperk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot begintijdperk, het grote begintijdperk
Meervoudde begintijdperken, deze begintijdperken

Voorbeeldzinnen met begintijdperk

  • (..) De top van Uber ziet in dat het begintijdperk toen ze als een soort cowboys probeerden alles in beweging te krijgen, voorbij is."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).