De of het bankmedewerker?

Het juiste lidwoord is:

de bankmedewerker

  • Meervoud: de bankmedewerkers
Betekenis iemand die werkt bij een bank

Zo gebruik je bankmedewerker

Met lidwoordde bankmedewerker
Dit of dezedeze bankmedewerker
Dat of diedie bankmedewerker
Ons of onzeonze bankmedewerker
Jouwjouw bankmedewerker
Elk of elkeelke bankmedewerker
Welk of welkewelke bankmedewerker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bankmedewerker, de grote bankmedewerker
Meervoudde bankmedewerkers, deze bankmedewerkers

Voorbeeldzinnen met bankmedewerker

  • "In principe is het niet zo moeilijk om een bankmedewerker om te kopen.
  • De bankmedewerker ontdekte meteen dat het Duitse geld was vervalst en alarmeerde de politie. Die hield de 22-jarige man aan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).