De of het bankbus?

Het juiste lidwoord is:

de bankbus

  • Meervoud: de bankbussen
Betekenis een bankkantoor dat gevestigd is in een autobus; mobiel bankkantoor

Zo gebruik je bankbus

Met lidwoordde bankbus
Dit of dezedeze bankbus
Dat of diedie bankbus
Ons of onzeonze bankbus
Jouwjouw bankbus
Elk of elkeelke bankbus
Welk of welkewelke bankbus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bankbus, de grote bankbus
Meervoudde bankbussen, deze bankbussen

Voorbeeldzinnen met bankbus

  • Rabobank doet onderzoek naar bankbus voor kleinere buurten
  • De Rabobank in Lonneker heeft het opzetten van een 'bankbus' op een lager pitje gezet.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).