De of het antiekzaak?

Het juiste lidwoord is:

de antiekzaak

  • Meervoud: de antiekzaken
  • Verkleinwoord: het antiekzaakje
Betekenis (economie) winkel waar men antieke spullen verkoopt

Zo gebruik je antiekzaak

Met lidwoordde antiekzaak
Dit of dezedeze antiekzaak
Dat of diedie antiekzaak
Ons of onzeonze antiekzaak
Jouwjouw antiekzaak
Elk of elkeelke antiekzaak
Welk of welkewelke antiekzaak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote antiekzaak, de grote antiekzaak
Meervoudde antiekzaken, deze antiekzaken

Voorbeeldzinnen met antiekzaak

  • McCartney bracht het allemaal als de eigenaar van een keurige antiekzaak op het platteland van Sussex, zij het dat het aangebodene hier en daar duidelijk barsten vertoonde.
  • Een grote brand in Alkmaar, op een industrieterrein. De brand brak rond 01.00 uur vanochtend uit in een antiekzaak op het terrein.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).