De of het baanloper?

Het juiste lidwoord is:

de baanloper

  • Meervoud: de baanlopers
  • Verkleinwoord: het baanlopertje
Betekenis (jachttaal) lokvink in een vinkenbaan

Zo gebruik je baanloper

Met lidwoordde baanloper
Dit of dezedeze baanloper
Dat of diedie baanloper
Ons of onzeonze baanloper
Jouwjouw baanloper
Elk of elkeelke baanloper
Welk of welkewelke baanloper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote baanloper, de grote baanloper
Meervoudde baanlopers, deze baanlopers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).