De of het bouwprijs?

Het juiste lidwoord is:

de bouwprijs

  • Meervoud: de bouwprijzen
Betekenis (bouwkunde) de kosten van het bouwen van een bouwwerk

Zo gebruik je bouwprijs

Met lidwoordde bouwprijs
Dit of dezedeze bouwprijs
Dat of diedie bouwprijs
Ons of onzeonze bouwprijs
Jouwjouw bouwprijs
Elk of elkeelke bouwprijs
Welk of welkewelke bouwprijs?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwprijs, de grote bouwprijs
Meervoudde bouwprijzen, deze bouwprijzen

Voorbeeldzinnen met bouwprijs

  • Tijdens dat proces zou niet eerder zijn aangegeven dat de gewenste bouwprijs van Feyenoord onhaalbaar is, aldus Rijnmond.
  • BAM zat al sinds de zomer van 2019 om tafel maar noemde de voorwaarden om het stadion te bouwen "extreem gewijzigd"; de gewenste bouwprijs zou onhaalbaar zijn.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).