De of het armoedenorm?

Het juiste lidwoord is:

de armoedenorm

  • Meervoud: de armoedenormen
Betekenis (economie) grens qua inkomen waaronder iemand als arm wordt gekwalificeerd

Zo gebruik je armoedenorm

Met lidwoordde armoedenorm
Dit of dezedeze armoedenorm
Dat of diedie armoedenorm
Ons of onzeonze armoedenorm
Jouwjouw armoedenorm
Elk of elkeelke armoedenorm
Welk of welkewelke armoedenorm?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote armoedenorm, de grote armoedenorm
Meervoudde armoedenormen, deze armoedenormen

Voorbeeldzinnen met armoedenorm

  • En 14 pct van de tweeoudergezinnen en 20 pct van de eenoudergezinnen vallen onder de armoedenorm.
  • ‘Een gezinshoofd valt zo terug op amper 1.135,90 euro, maar ook de alleenstaande met een minimumuitkering wordt zo onder de Europese armoedenorm geduwd’, zeggen ACV en ACV-CSC Metea.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).