De of het domineesgezin?

Het juiste lidwoord is:

het domineesgezin

  • Meervoud: de domineesgezinnen
  • Verkleinwoord: het domineesgezinnetje
Betekenis het gezin van een protestantse predikant

Zo gebruik je domineesgezin

Met lidwoordhet domineesgezin
Dit of dezedit domineesgezin
Dat of diedat domineesgezin
Ons of onzeons domineesgezin
Jouwjouw domineesgezin
Elk of elkeelk domineesgezin
Welk of welkewelk domineesgezin?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot domineesgezin, het grote domineesgezin
Meervoudde domineesgezinnen, deze domineesgezinnen

Voorbeeldzinnen met domineesgezin

  • Aan Gaaikema was te merken dat hij was opgegroeid in een domineesgezin. Zijn optredens hadden vaak een boodschap. Hij hield zijn publiek graag voor dat we vooral "de moed erin moeten houden".
  • Als puber is hij lastig, daarom brengen zijn ouders hem op zijn 15de een tijdje onder bij een domineesgezin.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).