De of het arbeidsjaar?

Het juiste lidwoord is:

het arbeidsjaar

  • Meervoud: de arbeidsjaren
Betekenis eenheid van werkgelegenheid: een full-time baan gedurende een jaar

Zo gebruik je arbeidsjaar

Met lidwoordhet arbeidsjaar
Dit of dezedit arbeidsjaar
Dat of diedat arbeidsjaar
Ons of onzeons arbeidsjaar
Jouwjouw arbeidsjaar
Elk of elkeelk arbeidsjaar
Welk of welkewelk arbeidsjaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot arbeidsjaar, het grote arbeidsjaar
Meervoudde arbeidsjaren, deze arbeidsjaren

Voorbeeldzinnen met arbeidsjaar

  • Dit en komend jaar daalt de werkgelegenheid licht in de bouw, waar de werkgelegenheid vorig jaar nog met 3,5 procent steeg, naar 463.000 arbeidsjaren.
  • In 2015 nam de werkgelegenheid in de bouw toe met 7.000 arbeidsjaren na zes jaar van daling.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).