De of het antibioticakuur?

Het juiste lidwoord is:

de antibioticakuur

  • Meervoud: de antibioticakuren
  • Verkleinwoord: het antibioticakuurtje
Betekenis (medisch, farmacologie) een serie toedieningen van een antibacterieel middel die als geheel een infectieziekte kan genezen

Zo gebruik je antibioticakuur

Met lidwoordde antibioticakuur
Dit of dezedeze antibioticakuur
Dat of diedie antibioticakuur
Ons of onzeonze antibioticakuur
Jouwjouw antibioticakuur
Elk of elkeelke antibioticakuur
Welk of welkewelke antibioticakuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote antibioticakuur, de grote antibioticakuur
Meervoudde antibioticakuren, deze antibioticakuren

Voorbeeldzinnen met antibioticakuur

  • Terug in Nederland constateerde topsportarts Peter Vergouwen bij Vos een zware voorhoofdsholte- en keelonsteking. Die is zo hardnekkig, dat hij direct met een zwaardere antibioticakuur is begonnen.
  • Vooral oudere mensen die een antibioticakuur hebben gehad, zijn er vatbaar voor.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).