De of het schaakleraar?

Het juiste lidwoord is:

de schaakleraar

  • Meervoud: de schaakleraars / schaakleraren
Betekenis (sport, onderwijs, beroep) iemand die les geeft in schaakspelen

Zo gebruik je schaakleraar

Met lidwoordde schaakleraar
Dit of dezedeze schaakleraar
Dat of diedie schaakleraar
Ons of onzeonze schaakleraar
Jouwjouw schaakleraar
Elk of elkeelke schaakleraar
Welk of welkewelke schaakleraar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote schaakleraar, de grote schaakleraar
Meervoudde schaakleraars, deze schaakleraars

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).