De of het allerheiligendag?

Het juiste lidwoord is:

de allerheiligendag

  • Meervoud: de allerheiligendagen
Betekenis (religie) 1 november de dag dat men alle heiligen en martelaren gedenkt binnen de rooms-katholieke kerk

Zo gebruik je allerheiligendag

Met lidwoordde allerheiligendag
Dit of dezedeze allerheiligendag
Dat of diedie allerheiligendag
Ons of onzeonze allerheiligendag
Jouwjouw allerheiligendag
Elk of elkeelke allerheiligendag
Welk of welkewelke allerheiligendag?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote allerheiligendag, de grote allerheiligendag
Meervoudde allerheiligendagen, deze allerheiligendagen

Voorbeeldzinnen met allerheiligendag

  • Zaterdag is het een sombere en erg grijze allerheiligendag.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).