De of het vertrek?

Het juiste lidwoord is:

het vertrek

  • Meervoud: de vertrekken
  • Verkleinwoord: het vertrekje
Betekenis 1. (bouwkunde, wonen) een afgesloten deel van een woning 2. de actie van het vertrekken of weggaan

Zo gebruik je vertrek

Met lidwoordhet vertrek
Dit of dezedit vertrek
Dat of diedat vertrek
Ons of onzeons vertrek
Jouwjouw vertrek
Elk of elkeelk vertrek
Welk of welkewelk vertrek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vertrek, het grote vertrek
Meervoudde vertrekken, deze vertrekken

Voorbeeldzinnen met vertrek

  • Het vertrek is nu.
  • Wil je met haar vertrekken?
  • Hij besloot zijn vertrek uit te stellen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).