De of het afschrijver?

Het juiste lidwoord is:

de afschrijver

  • Meervoud: de afschrijvers
  • Verkleinwoord: het afschrijvertje
Betekenis 1. (beroep) iemand die documenten overschrijft 2. iemand die aantekeningen op een werkstuk maakt waar men moet zagen of boren

Zo gebruik je afschrijver

Met lidwoordde afschrijver
Dit of dezedeze afschrijver
Dat of diedie afschrijver
Ons of onzeonze afschrijver
Jouwjouw afschrijver
Elk of elkeelke afschrijver
Welk of welkewelke afschrijver?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afschrijver, de grote afschrijver
Meervoudde afschrijvers, deze afschrijvers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).